Salute Bormio!

Salute Bormio!

Na het Ardennenweekend (dag 1, dag 2, dag 3 en dag 4) en Vlaanderen Fietsroute was het in september tijd om naar Italië te trekken voor een midweek. Meer bepaald naar Bormio in het mooie Lombardije. In het dal van Valtellini omringd door de gekende Alpenreuzen Stelvio, Mortirolo en de Gavia. Bergen die iedere wielertoerist kent en die ook op mijn bucketlist staan.

Op maandag 9 september in de vroege uurtjes vertrokken we naar Bormio. We, dat zijn 13 collega’s die samen op fietsavontuur willen gaan. In 2 bestelwagens vertrokken we aan onze autorit naar Bormio. Voorafgaand aan ons vertrek hielden we het weer al nauwlettend in de gaten. De weersvoorspellingen voor Bormio en de top van de Stelvio waren allesbehalve goed. Op de top van de Stelvio sneeuwde het de voorbije dagen en bovendien was de weg van Bormio naar de top afgesloten wegens een rots die door de veiligheidsnetten op de weg terecht zijn gekomen. De weg van Bormio naar de Gavia was ook afgesloten wegens een grote landverschuiving. Van de Gavia hadden we al te weten gekomen dat deze niet meer zou opengaan dit jaar. Voor de Stelvio hadden we hoop dat het zou opgelost worden tijdens ons verblijf.

In de namiddag arriveerden we zonder al te veel problemen in ons hotel. Een klein familiehotel met een aparte fietsenstalling. Onze kamers werden ons toebedeeld. Vanuit de kamers lonkten de bergen al naar ons en de sfeer zat er bij iedereen al direct goed in. Ze dronken enkele Birra Moretti’s om onze goede aankomst te vieren. ‘s Avonds kregen we voortreffelijk eten. Moe van de lange dag kroop ik vroeg in bed klaar om de volgende dag onze eerste rit te doen.

View from the Hotel

Op dinsdag stond het ontbijtbuffet te lachen naar mij. In mijn enthousiasme was ik vrij vroeg in de eetzaal en was ik alleen. Even later kwam de rest. Een goed ontbijt later stonden we met de ganse groep klaar en om 9u30 vertrokken we voor onze eerste rit. Op de agenda stond de beklimming naar Lago Di Cancano. Een prachtige gelijkmatige klim die op de top eindigt bij de Torri Di Fraele. Twee Middeleeuwse torens die je al van ver kan zien tijdens de beklimming. Eenmaal op de top kan je nog even verder rijden tot Lago Di Cancano.

Torri Di Fraele in de verte

We namen de afdaling terug tot in Bormio. De eerste rit van de reist zat er op! Terug aan het hotel beslisten we met 5 man om nog een extra ritje te doen. Onze keuze viel op Passo Di Foscagno. Daar waar de klim naar Lago Di Cancano zo goed als autovrij was, was deze klim een pak drukker. Het is dan ook de enige weg van Bormio naar Livigno. Gelukkig maakte het uitzicht veel goed. Bij het naderen van de top was nog veel sneeuw. Een restant van het slechte weer die de voorbije weken de streek geteisterd had. Vandaag was het fris maar de zon was er en dat maakte veel goed. Eenmaal boven beslisten we om halfweg de klim even te stoppen om iets te drinken. Op de top was er enkel een douane station om het smokkelen van drank en rookwaren tegen te gaan. (Livigno is taxvrij).

Nadat we iets gedronken hadden, reden we nog met 4 naar Forte Di Oga als klein extraatje. Forte Di Oga betreft een oud fort gebouwd in het begin van de 20ste eeuw. Het fort zelf kan je niet bereiken met de fiets. Daarvoor moet je nog eventjes verder wandelen op onverharde wegen. De klim zelf was kort maar zeer onregelmatig en best wel lastig. Om dat dit al de 3de klim van de dag was, was het voor mij toch met momenten afzien om de top te bereiken. Terug in het hotel sloten we de dag af met (natuurlijk) enkele pilsjes en een goed avondmaal. De tweede rit was een feit!

Ondertussen bleek dat de weersvoorspellingen voor woensdag en donderdag al een pak beter waren en was er hoop dat de Stelvio op donderdag terug open zou zijn. Onze beklimming van de Stelvio werd verzet naar donderdag en we besloten om op woensdag met de ganse groep de klim naar het skistation Bormio 2000 te doen.

Om 9u30 vertrokken we op woensdag richting het skistation. Deze klim was, net zoals de klim naar de “Torri” zeer gelijkmatig en het wegdek was perfect onderhouden. Ideaal voor een vlugge afdaling dus. En zo geschiedde ook ;-). Sowieso hadden we al beslist dat we na de klim zouden doorrijden naar de Mortirolo. De eerste Alpenreus van de fietstrip. Ik had al gehoord dat dit een beest van een klim was, dus ik was zeer benieuwd. De weg er naartoe was in ieder geval zeer leuk. Deze is overwegend in dalende lijn tot je in Mazzo Di Valtellini komt waar de Mortirolo start. De Mortirolo is “slechts” 11,3km lang maar heeft een gemiddeld stijgingspercentage van 11.3% en bevat ganse stukken die 18% benaderen en soms kort daarboven gaan.

Het bordje dat de pas open is begroet je zodra je in Mazzo het stuur richting de klim wendt. De klim neemt onmiddellijk alle hoop weg. Bij het verlaten van het dorp wipt de weg direct omhoog en ga je makkelijk boven de 10%. Je beseft dat dit een helletocht zal worden en ik had onmiddellijk spijt dat ik gisteren in de ochtend al een beetje gewoekerd had met mijn krachten. Ik twijfelde al onmiddellijk of ik deze klim wel tot een goed einde zou brengen.

Start van de klim

Bij het maken van de routes voor de reis las ik al dat deze kant berucht was voor zijn zwaarte. Lance Armstrong zelve noemde dit ooit de zwaarste klim die hij ooit in zijn leven had gereden. Deze klim krijgt als bijnaam Salita Di Pirata, de Piratenklim, verwijzend naar de illustere Marco Pantani. Genoeg waarschuwingstekens om te weten dat een logge zware toerist als ik hier eigenlijk niks te zoeken heeft. Maar waar een wil is, is een weg. Een steile, steile weg.

Zwoegend en zwetend (het weer was een pak beter dan voorspeld!) beukte ik me een weg naar boven. Op sommige passages was de weg zo steil dat ik af en toe het voorwiel van het wegdek lichtte. En daar waar ik normaal foto’s zou nemen was het vaak te steil om het stuur los te laten met een hand omdat ik gewoon te traag reed. Niet eens halfweg diende ik al eens te stoppen om even de rug te strekken en vlug iets te eten. Mijn drinken raakte ook in een snel tempo op maar gelukkig was er op de klim een refuge met ijskoud drinkwater. Gelukkig ben ik een opgeleid man want anders had ik geen drinken. Ik snap nog steeds de waarschuwing niet bij dit kraantje.

Enkele kilometers voor de top passeerde ik het standbeeld ter ere van Marco Pantani. Naar mijn mening een niet zo mooi standbeeld. Ondertussen merkte ik af en toe dat de weg vlakker liep en kon ik eens op adem komen. Vlakker is natuurlijk relatief. Als ik naar mijn fietscomputer keek, zag ik dat de vlakkere stukken nog steeds 10% waren maar deze voelden echt als vlak aan. Zo steil is deze klim.

Deze klim is echt genadeloos. Ter illustratie: Contador nam deze klim in 2015 met een 34×30. Contador is een iets betere klimmer dan mezelf en ik deed het met een 34×28. Als dat een goeie zet was of niet laat ik in het midden.

Naast het fysieke aspect speelt het mentale aspect ook een grote rol in het beklimmen van de Mortirolo. 32 bochten gemarkeerd door een bordje. Echter zijn er meer bochten dan 32. De gemarkeerde bochten betreffen haarspeldbochten. En bovendien staat er nergens gemarkeerd hoe lang het tot de volgende bocht is. En zijn er bochten die haarspeldwaardig zijn die niet gemarkeerd zijn. En wanneer je deze in gedachten aftelt om dan 3 bovhten later te zien dat je pas bij het volgende aftelpunt bent en dat er geen bordjes verdwenen waren, zakt het lood soms echt in de schoenen… of wielen. De weg is smal en eenzaam. Auto’s of moto’s komen niet langs deze weg.

De ganse klim ben je alleen en de weg is nooit voor meer dan 100 meter rechtdoor. Tijd om te genieten heb je niet. Waarom je deze klim dan wel moet doen? Deze klim is uniek in zijn moeilijkheid, zijn taaiheid. Het zorgt voor een onvergetelijke ervaring van lijden die je zelden meemaakt op een fiets. Gevleugelde klimmers zullen hier misschien een andere mening over hebben maar voor menig wielertoerist is dit een van de lastigste klimmen die je kan doen.

Als ik na bijna 2u klimmen de top bereik, voel ik een zucht van verlichting die ik zelden gevoeld heb. Dit is waarom klimmen met de fiets zo fantastisch is. Het gevoel na uren af te zien op een fiets en eindelijk de top te hebben bereikt is onbeschrijfelijk.

Enkele foto’s later vat ik de afdaling aan maar daal ik af richting Grosio om zo dichter bij Bormio uit te komen. In Grosio namen we nog even een stop om iets te drinken alvorens de trip richting Bormio aan te vatten. De weg terug heeft nog hier en daar een lastig stukje omhoog maar al bij al viel het wel mee. Zeker als je dit kan vergelijken met de klim die ik even hiervoor deed op de flanken van de Mortirolo. Moe maar voldaan kwamen we aan in het hotel en had ik weer een mooie rit op mijn conto. Op naar de laatste dag en de beklimming van een van de grootste beklimmingen in Europa namelijk de Stelvio.

Zoals ik al eerder zei was de weg naar de top van de Stelvio langs de kant van Bormio afgesloten. Maar we besloten om toch eens te gaan kijken in de hoop dat de beklimming toch open was. Dit was niet zo…. Echter was er juist een slagboom die weg afsloot en meer niet. Ik had persoonlijk geen zin om na enkele kilometer klimmen mijn fiets om te draaien en terug te keren. Zonder er een moment over na te denken zette ik mijn fiets over de slagboom en kroop ik er zelf onder door en hoopte ik dat ik overal door zou kunnen fietsen. En dit was het begin van een magische klim.

Ik in de verte!

Okee, de Stelvio wordt jaarlijks enkele malen afgesloten voor gemotoriseerd verkeer. En dan kunnen alle wielertoeristen ongehinderd naar boven klimmen. Maar nu was er geen gemotoriseerd verkeer en zo goed als geen fietsers. In de beginkilometers kwam ik geen enkele fietser tegen buiten een iemand van ons fietsgezelschap die ook de stap gezet had om de Stelvio te beklimmen. Hij had iets langer getwijfeld maar uiteindelijk ook zijn kans gewaagd. Toen we aan de eerste haarspeldbochten begonnen hoorden we wel plots een auto die bezig was aan de afdaling. We vreesden even voor het ergste en ja hoor, we werden aangesproken. Maar het was geen politieman maar iemand van het bedrijf die de reparaties deed aan het wegdek. Hij probeerde ons duidelijk te maken dat we niet konden passeren maar eenmaal hij verder naar beneden besloten we toch verder te gaan.

Een bocht verder kwamen we een 6-tal renners tegen die aan het twijfelen waren om verder te gaan. Ik riep gewoon “You only live once!” en na enige tijd aarzelen zag ik dat ook zij verder begonnen rijden. Even later kwamen we ter hoogte van de werken. Mijn medekompaan, die een pak sneller klimt, stond al ter hoogte van de werken en ik zag hem praten met een arbeider. Luttele seconden later zag ik hem zijn fiets voorbij de werfhekkens plaatsen en te voet verder gaan. VICTORY!!! Ze lieten ons passeren.

De befaamde werken

Eenmaal voorbij de werken, die maar een meter of 30 lang waren, werd ik echt blij. Het was gelukt. De weg was vrij naar de top en niemand die me nog kon tegenhouden. Ik werd nog door 2 wielertoeristen ingehaald maar voor de rest waren de wegen verlaten en had ik de klim voor mij alleen. Hallucinant!! Mijn enige kompanen waren een boel marmotten en wat koeien die hier vrij rondliepen. Langs de kant van Bormio is er namelijk niks van dorpjes op de flanken van de klim. Het is een zeldzaam mooie klim die nu nog mooier was omdat ik de weg zo goed als voor mij alleen had.

Het leuke aan deze kant van de Stelvio is ook dat, alhoewel hij lang is, nooit echt steil wordt. Toch niet tot je de laatste kilometers aanvat waar de Umbrailpass samenkomt met de beklimming via Bormio. Hier was er terug verkeer op de baan en krijg je ook enkele kilometers met een stijgingspercentage boven de 10%. En op dat moment zit je al een pak boven de 2000m hoogte waardoor de lucht ijler is. Nog even verder zwoegen en zo bereikte ik de top. Net voor de top zag ik mijn medekompaan naar beneden komen. Hij stopte even en we besloten om via de Umbrailpass naar beneden te rijden en zo de Stelvio nog eens langs de kant van Prato te beklimmen. Achteraf gezien denk ik dat mijn hersenen te weinig zuurstof kregen door de hoogte want het werd vlug duidelijk dat dit een grote vergissing was.

Boven op de top at ik een veel te dure Bratwürst alvorens af te dalen via de Umbrailpas naar Santa Maria Val Müstair in Zwitserland. De afdaling was prachtig en het wegdek echt subliem. Ik heb me zelden zo geamuseerd in een afdaling. Eenmaal beneden zat mijn medekompaan op me te wachten samen met een Brit die hij had leren kennen in de klim naar de top. We dronken nog een cola en vulden onze bidons en besloten samen naar Prato te rijden. Een makkelijke rit daar het een kilometer of 20 in dalende lijn is.

Zodra we daar aankwamen en de eerste kilometers omhoog begonnen te lopen, voelde ik me in eerste instantie nog goed. Mijn medekompaan en de Brit waren even achter gebleven. De Brit moest nog even wat aankopen doen in een winkeltje maar ik bleef rijden omdat ik toch wist dat zij de betere klimmers waren. Stiekem hoopte ik dat de 5 a 10min voorsprong die ik zo kreeg genoeg zouden zijn om me een eind op weg te helpen vooraleer ik zo ingehaald worden. Helaas. Al ne een kilometer of 2-3, net na het voorbijrijden van een rare “kunsttentoonstelling” o.i.d. werd ik al bijgehaald. Toen besefte ik plots dat het nog een lange klim zou worden.

Ze reden me vrij vlug voorbij en ik voelde onmiddellijk dat mijn tempo veel te laag was om goed te zijn. Maar Bormio lang aan de andere kant en er was geen weg terug. Blijven trappen dus. Deze kant is ook lastiger dan de kant via Bormio en in Prato was het tegen de 30°C. En de temparatuur zakte quasi niet tijdens het klimmen. Het bleef pokkeheet. In ieder geval wel al veel beter weer dan er 5 dagen geleden voorspeld werd toen het nog maar maximum 16°C zou worden op donderdag. Tijdens de klim heb ik meerdere malen moeten stoppen wegens pijn in de onderrug. Pijn die voortkwam uit spieren die gewoon op waren. Een restant van de rit over de Mortirolo en een combinatie van alle klimkilometers die ik heb verdragen met dit logge, veel te zware lijf. Maar ik liet het hoofd niet hangen en trok me er bijgevolg dus ook niet veel van aan dat ik als een slak naar boven reed. Toptijden op een klim zal ik toch nooit neerzetten en bovenop de top wist ik dat er terug een veel te dure Bratwürst om me wachtte.

De klim van Prato is de bekendste kan van de Stelvio. 48 haarspeldbochten. Maar is dit dan ook de mooiste kant? Zeer zeker niet. Tot ver in de klim heb je dorpjes. En de vele haarspeldbochten trekken ook vele motards aan die hun draaikunsten willen uitoefenen waardoor het enorm druk is op de flanken. Tevens zijn er ook vele blitse sportkarren die hun vele PK’s eens te werk willen stellen. Het feit dat de kant van Bormio gesloten is, zal ook wel aan de drukte bijdragen. Maar het duurt toch een poosje voor je echt mooie vergezichten hebt. Iets wat je al quasi van in het begin van de klim hebt als je langs Bormio klimt. De mooiste uitzichten van de klim van de Stelvio zijn gemaakt langs de kant van Bormio en niet de kant van Prato. Is deze klim dan niet mooi? Zeer zeker wel hoor. Dus zet hem zeker maar op je bucketlist.

Uren zwoegen later kwam ik op de top van de Stelvio aan. De tweede maal. En opnieuw at ik een Bratwürst. Ik genoot nog even van het uitzicht en van een stralend zonnetje. Het was nu al 17u gepasseerd en slechts 11°C op de top maar als je in de zon uit de wind stond, was het nog aangenaam warm. Ik bleef nog even hangen op de top genietend van het uizicht. Al wat nog restte was een afdaling alvorens ik dit fietsweekje moest afsluiten. En ik had daar eerlijk gezegd geen zin in. Er was nog zoveel die ik wou doen op de fiets Ik had links en rechts zoveel mooie gravelpaden gezien en de innerlijke gravelduivel roept steeds harder om een gravelfiets te kopen. In enkele jaren kom ik zeker terug. De Gavia, de Ofenpas en vooral enkele mooie gravelpaden wil ik zeker nog eens komen bedwingen.

Na even te hebben gerust vatte ik de afdaling aan terug naar Bormio. Op de weg naar beneden kwam ik nog iemand anders uit ons gezelschap tegen die in de namiddag toch beslist had om toch de stap te wagen en nog de Stelvio wou oprijden. Even later kwam ik terug aan in het hotel en sloot ik deze epische derde dag af. Omdat ik zoveel mooie foto’s heb, deel ik een selectie hiervan in een galerij. Ik heb ook nog pakken beeldmateriaal en als ik er ooit eens toekom om dat deftig te verwerken, plaats ik die ook wel online.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *