Ready for take-off

Het is bijna zover. Morgen vertrek ik om 5u samen met mijn fietsmakker Jonathan naar Malmedy. En zo begint onze fiets vierdaagse. Alles staat zo goed als klaar. De fiets staat al bepakt en bezakt.

De routes voor de 4 dagen zijn gemaakt en net zoals vorig jaar heb ik mijn spiekbriefjes gemaakt.

Nu vlug gaan slapen en hopen op vier dagen droog weer en veel fietsplezier! Zoals altijd als ik een grotere rit doe, post ik doorheen de dag foto’s op mijn instagram.

Het Grote Avontuur

Onlangs maakte iemand de opmerking dat zo een blog start met veel goede intenties maar dat dit vaak niet blijft duren. De persoon in kwestie doelde op mijn blog. Feit is dat ik de laatste maanden slechts 3 blogposts heb gemaakt. En dit heeft vooral te maken met de verbouwingen. Ik heb vaak de fut niet om ‘s avonds nog iets te typen. Vandaag echter wel. Dat komt ook omdat het einde in zicht is. Ook omdat er wat fietsavonturen in het verschiet liggen. Maar first things first nl. de verbouwingen.

Kleine update sedert mijn vorige post over de verbouwingen. Natuurlijk zijn mijn vader en ik al een pak verder gevorderd. Buiten 1 muur die nog helemaal beslaan is met OSB plaat moet enkel nog het plafond in gipsplaat bezet worden evenals alle muren. De gipsplaat wordt gewoon tegen de OSB plaat gevezen. De electriciteit ligt buiten nog 2 kabels voor de lichtpunten in 1 kamer en de zolder is af. Het ziet er weer wat meer kamer uit en geen werf. En omdat beelden meer zeggen dan duizend woorden voeg ik gewoon enkele foto’s bij de daad.

De foto’s zijn doorheen de dag genomen duis je ziet op sommige foto’s nog wel een muur waar geen OSB hangt en op andere dan plots wel. Maar dat is dus waar we staan. Een heel pak verder.

Maar met het vorderen van het jaar en het lengen van de dagen, breekt de tijd van de fietsavonturen stilletjes aan. En net zoals vorig jaar vertrek ik vrijdag terug op een fiets 4-daagse. Ik vertelde al van de vorige in mijn eerste blogpost. Wel, dit jaar gaan Jonathan en ik dat nog eens herhalen. We starten terug op vrijdag om 5u voor de tocht vanuit Kortrijk naar Malmedy waar we de andere leden van WTC Surplatse terug zullen ontmoeten. Er zal iemand zo vriendelijk zijn om onze bagage mee te nemen met de auto. Ter plaatse fietsen we op zaterdag en zondag samen met de club. In de namiddag fietsen we dan nog naar Kelmis alwaar we overnachten. En op maandag keren we gewoon terug naar huis. Ik verlang hier al zo lang achter. Dit is al een van de leukste dingen die ik gedaan heb op de fiets.

En er komt nog een vervolg aan. Op 10, 11 en 12 juli rijden Jonathan en ik de Rond van Vlaanderen via het Vlaamse fietsroutenetwerk. In 3 dagen tijd rijden we zo meer dan 800km en maken we een mooi rondje door Vlaanderen. En tegen dat dat goed en wel verteerd zal zijn, vertrek ik in september naar Bormio om daar enkele Alpenreuzen te gaan bedwingen. Maar meer daarover later. Eerst al stilletjes aan beginnen pakken voor het grote avontuur vrijdag!

De koers is terug in’t land!

Of toch in Heule. En niet de profs maar de gentlemen reeks. Ook niet live te volgen op TV of andere media. Maar wel een koers waarin ik meegedaan heb. Mijn eerste koers trouwens. Het is zo dat WTC Surplatse een Heulse club is. Vanzelfsprekend zitten er dus wat Heulenaars in de club. En wie niet van Heule is, woont er in ieder geval niet ver vanaf. Dus werd er beslist om dit jaar opnieuw mee te doen met enkelen van de club. Uiteindelijk zijn we met 9 mensen gestart. Slechts 1 zat in de kopgroep en dat was ik niet. Maar ik heb me wel ongelooflijk geamuseerd. Meer dan ik durfde hopen.

Het zit zo: Momenteel is mijn gewicht hoger dan in het begin van het jaar. En dat voel ik op de stukken bergop. Conditioneel ben ik wel goed. Dat merk ik op de vlakke stukken. Maar hellingen… nope. En in de koers zat er een stuk bergop. Ken je het een helling noemen? Nee, eigenlijk niet. Vals plat met een stukje van 30 meter in dat wat steiler omhoog gaat. En dat vals plat is in totaal een 1.7km lang. Lang genoeg dus om meer dan lastig te zijn. Ik vreesde dus dat ik na de eerste ronde er volledig zou doorzakken en dat het einde koers zou zijn. Ik had dus best wel wat stress voor het starten.

Even voor de start kwamen we met de ploeg samen om nog een foto te nemen. Eigenlijk stonden we best een stuk voorbij de start/aankomstlijn. Maar doordat we daar plots met een bende van 9man stonden, sloten de andere deelnemers gewoon achter ons aan. Leuk meegenomen dus want we konden vooraan starten.

Even later werd het startschot gegeven. OF beter gezegd, kwam er iemand van de organisatie vragen of alles in orde was. En toen zei hij gewoon: 3, 2, 1 en start. En weg waren we. Al vlug kwamen we op snelheid. Wegens materiaalpech kon ik mijn fietscomputer niet monteren en zat hij achter in mijn zak. Misschien was dat maar best ook. Niet teveel naar de cijfers kijken en gewoon duwen.

Al vlug kwamen we bij het gevreesde stuk omhoog. En al bij al viel de snelheid goed mee. Ik heb hier wel een grote fout gemaakt door me te laten wegdrukken. Ik wist dat er wind van rechts opzij zou komen eenmaal we op de lange uitloper zouden fietsen dus ik had me van in het begin al links in het pak gezet. Maar velen kwamen daardoor op rechts voorbij en voor ik het wist zat ik in de achterhoede van het peloton. Eenmaal op het vals platte stuk heb ik er dan alles aan gedaan om op te schuiven. Dat lukte wel min of meer.

Dan het bochtenwerk. Ik vreesde er wel een beetje voor maar uiteindelijk viel dit heel goed mee. Het optrekken na de bochten daarentegen… Het grote probleem was dat ik niet gewend ben om aan een zeer hoog tempo bochten te nemen en dan ook direct vol op te trekken. Ik vergat enorm veel terug te schakelen waardoor ik op een zwaar verzet telkens moest optrekken. En dat verliep niet zo vlot. We kwamen boven en begonnen aan wat bochtenwerk. En hier heb ik de aansluiting verloren. Eenmaal boven besloten ze vooraan om serieus door te trekken en ik kon op mijn zwaar verzet wel enkele malen aansluiten maar na een bocht of 5 was het gewoon op en moest ik de groep laten rijden.

Op dat moment was ik zo gefocust met mijn eigen positie dat ik niet doorhad dat er al een deel renners achter mij zaten. Ik had echt het gevoel dat ik gefaald had en dat het na 1 ronde al gedaan was voor mij. Ik keek achter me omdat ik me afvroeg waarom er niemand over mij kwam. Maar ik zag niemand in het wiel. De eerstvolgende was een meter of 30 achter mij. Ok, dacht ik, even wat inhouden en dan aansluiten bij de opkomende groep. Alleen… er was toen nog geen opkomende groep. Het was een enkeling. Hij reed nog even op kop en ik kon me nestelen in zijn wiel. Even later hadden we wel het geluk dat er een groepje kwam aansluiten. En groot was mijn vreugde toen bleek dat er zowaar nog 3 clubmaats bijzaten. Dat gaf toch een kleine boost aan de moral en ik besloot nu om gewoon te proberen door te rijden in de hoop dat de groep voor ons zou stilvallen. Want we zagen hen nog steeds rijden.

Al vlug merkte ik dat er niet veel medewerking uit de groep kwam. Maar we waren dan ook de groep der geslagenen. Telkens er iemand anders op kop kwam, bleef die niet lang hangen. Ik vermoed dus dat de meesten even diep gegaan zijn als ik. Geen probleem. Gewoon rijden dan en zien waar we komen. Samen met Tom en Tom van de club reden we beurtelings op kop. Te lang. Zonder ronddraaien. Beetje dom eigenlijk achteraf gezien.

De ganse 2de ronde bleven we de groep voor ons in het vizier houden maar ze slopen toch langzamerhand weg. Wel leuk was dat we af en toe mensen oppikten die uit de groep voor ons kwamen. Dat gaf toch een leuke boost aan de moral. Het was ook fantastisch om ieder ronde 2x kort na elkaar aan Heule Platse te passeren. Er waren redelijk wat WTC Surplatse fans komen opdagen en die moedigden ons uit volle borst aan. En ze namen ook mooie foto’s.

Op de vlakke stukken deed ik in ieder geval goed mijn werk. En zoals “d’echte coureurs” wilde ik wel eens wat kledij in de mensenmassa smijten. Toen mijn handen dus serieus aan het zweten waren, besloot ik mijn handschoenen dan maar af te doen en te gooien naar de plaats waar de vrienden van de WTC stonden, in de hoop dat ik ze toch nog terug zou krijgen. 😉

Toen we de 3de ronde uitreden, kreeg onze groep te horen dat dit onze laatste ronde was. Normaal zijn er 5 ronden. Een teken dus dat het tijdsverschil te groot was tussen onze groep en de koplopers. Nog een ronde blijven pompen dus.

Net voor de “afdaling” in de Mellestraat me nog eens op kop gezet en de bocht vol genomen en nog eens goed tempo maken. Zo bleef ik tot aan de Wittestraat op kop. Ideaal want daar ligt de enigste echt gevaarlijke bocht en ondertussen begon het lichtjes te regenen. En ik haat bochten nemen als het regent. Deze keer kon ik dus op het gemak mijn bocht nemen. Nu hadden we de laatste lijn naar de finish. En wind in de rug. Nu probeerden enkele weg te rijden. Ik had geen zin noch de benen om het gat toe te rijden dus ik probeerde aan te klampen met de renners die het gat wilden toerijden. En dan, op zo een 300m voor Heule platse demarreerde een clubgenoot. Hij had direct een mooi gaatje en iedereen was wat naar elkaar aan het kijken.

Nog 100m tot aan Heule platse waar je nog 3 bochten moet nemen vooraleer je de laatste rechte lijn moet nemen naar de finish. Er begonnen mensen wat tempo te maken. En toen kwam mijn (mini) moment de gloire. In een opwelling reed ik een 5-tal renners voorbij en even voordat we een technisch iets moeilijkere bocht dienden te nemen, remde ik af. Ik wist dat niemand in die bocht over mij kon gaan. En weg was de clubgenoot. Hij won enkele tientallen meters en kon het mooi afmaken. Best of the rest, maar wel een mooie prestatie. Ik was nu volledig op en reed op eigen tempo naar de meet.

Op deze foto zie je de bewuste bocht. Je moet over een klein borduurtje en dat maakt het wat tricky en laat weinig ruimte toe om te manoeuvreren eenmaal je in de bocht bent.

Ik heb geen idee op welke plaats ik geëindigd ben. Maar ik doe volgend jaar zeer zeker weer mee. En hopelijk met een nog beter resultaat maar liefst met evenveel plezier.

O ja, en voor ik het vergeet. Er is een nevenklassement voor beste Heulenaar. Deze mag zich een jaar lang kampioen van Heulen noemen. Voor de 3de maal op rij hebben we in onze rangen de beste Heulenaar in de rangen!!

Belgium by night

Zoals je wel of niet weet ben ik nogal aangetrokken tot het grote avontuur op de fiets. Lange fietstochten maken en nieuwe streken zien. Een ganse dag op de fiets, dat is voor mij echt genieten. Sedert ik een tiental jaar geleden het bestaan van het randonneursgebeuren leren kennen heb, heb ik mezelf altijd voorgenomen om lange tochten te doen. Dit lukt helaas niet altijd. Er zijn altijd wel links of rechts wat sociale verplichtingen en er is ook nog een vrouw en kind die mij ook wel nog graag eens thuis zien. Alhoewel ik zeker niet mag klagen over de vele ritten die ik kan doen en waarbij ik een evenwicht kan houden tussen gezin en fietsen, moet ik zeker niet proberen om iedere week 200km of meer te fietsen. Het is te zeggen, ik kan dat wel proberen maar het slot van de voordeur zou misschien wel plots veranderen. 😉

Sedert vorig jaar heb ik meer tijd om te fietsen en doe ik dus langere tochten. En door meer lange tochten te fietsen, gaat er opnieuw een wereld open van ritten waarvan je nog nooit gehoord hebt, zoals de Duo-diagonaal die onlangs weer is gereden. Ik heb deze vorig jaar leren kennen en zou deze graag eens rijden. Ik ga niet uitleggen wat de Duo-diagonaal is maar een leuke post door iemand die deze gereden heeft, is hier te vinden. De afstand is iets waar ik al enkele keren dichtbij gekomen ben. Wat voor mij een grote onbekende is, is ‘s nachts rijden. Want ja, deze rit wordt hoofdzakelijk ‘s nachts gereden.

Ik wilde dus al een tijdje eens een echte nachtrit doen. Maar dat plan je niet zomaar in. Maar gisteren vielen alle puzzelstukjes plots op zijn plaats. Ik kan namelijk even niet doordoen aan mijn verbouwingen. Ik heb dringend nood aan wat extra fietskilometers. En mijn vrouw en ik waren uitgenodigd op een verjaardagsfeestje in Asse. Nu, we konden daar door omstandigheden samen niet naartoe. Maar nu had ik plots een reden om een nachtrit te doen en onderweg eens een proficiat te wensen aan @ntone!

Zo gezegd, zo gedaan. Op donderdag vlug een route in elkaar geflanst zonder al te veel over na te denken. Bleek dat Asse op zo een 86km van Kortrijk lag. En ik merkte meteen op dat het Atomium eigenlijk kortbij lag. Een 2de mooie stop dus om te maken. En van het Atomium kon ik makkelijk inpikken op de route naar Kortrijk die ik al gereden had vorig jaar om van Kortrijk naar Malmedy te rijden dus ik wist dat die route wel ok zou zijn.

Op vrijdagavond om 17u30 begon mijn ritje dus. Met een grote zak goesting, 5 botersandwichen met een royale laag boter en choco, 2 suikerwafels, 2 1l bidons en poeder om onderweg die bidons bij te vullen zette ik aan. De fiets was voorzien van lampen vooraan die fel genoeg zijn om de weg voor me te verlichten en achteraan goed genoeg om me zichtbaar te maken in het verkeer.

Vooraan 2 lampen. Eentje die meer dan voldoende is om op verlichte banen zichtbaar te zijn en extra zichtbaarheid te geven voor mij en eentje die me bij complete duisternis genoeg licht zou geven om toch te kunnen blijven rijden. Achteraan vind je mijn Bike Balls die zeer goed zichtbaar zijn en doordat ze los hangen continu slingeren en zo extra zichtbaar zijn. Achteraan mijn helm hangt er nog een lamp met 2 fel knipperende rode LEDs.

De rit naar Asse was voor mij dus een grote onbekende en ik reed dus gewoon compleet op GPS niet wetende langs waar de route me zou brengen. Ik was zeer aangenaam verrast dat de route me een flink stuk langs het jaagpad van de Dender bracht. Een van de mooiste jaagpaden die er zijn langs een prachtig stuk natuur. En net op dat moment begon de zon er een einde aan te breien van de dag waarbij ik een mooie foto kon nemen. Google was zo vrij om mijn foto automatisch te stileren waardoor de foto er nog prachtiger uitziet.

Een half uurtje later stond ik in Asse maar vond ik niet direct het zaaltje waar ik moest zijn. Gelukkig stopte er net een dame aan wie ik de weg kon vragen. Dan rij je eens weg van je woonplaats om dan net een West-Vlaming te spreken. En evenmin als ik kende zij zelf eigenlijk de omgeving niet zo goed. Ze kon me wel in de juiste richting wijzen. We stonden letterlijk op 50m van de zaal :D.

Eerste stop gehaald zonder pech en zeer veel bevriende twitteraars kunnen zien. Tijd om mijn sandwiches op te eten en wat recupdrank tot mij te nemen. Een goeie motor draait niet zonder brandstof he. (Kleine noot: Het was geen Duvel maar wat het wel was, weet ik niet meer)

Ik had eigenlijk best wel zin om langer te blijven omdat er zoveel tweeps waren die ik nog verder wou spreken maar ik heb van mijn hart een steen gemaakt en mijn bidon hervuld, nog een extra colaatje genomen, wat chips en borrelnootjes en terug vertrokken. Volgende halte was BXL-city!!

Het verraste me hoe makkelijk ik van deze kant in BXL stond. Nog geen 15km later stond ik al aan het Atomium en niet veel later al aan de basiliek. Ik wist zelfs niet dat ik langs de basiliek zou passeren. Tot dan vielen de wegen in BXL wel mee. Mede doordat er niet zoveel verkeer meer was (het was al na tienen) en ik de indruk had dat ik net naast de invalswegen aan het fietsen was.

Jammer genoeg hield ik mijn GSM scheef vast. Reden genoeg dus om nog eens terug te gaan 😀

Eenmaal ik goed en wel weg reed van het Atomium begon de miserie eigenlijk. Ik had via mijn routeplanner zonder na te denken gewoon automatisch een route laten uitstippelen van aan het Atomium tot in Pepingen, waar ik op de route zou inpikken van Kortrijk naar Malmedy, maar dan omgekeerd natuurlijk. De route liep vanaf dan voor een kilomter of 9 langs een grote weg en ik was naïef te denken dat er fietspaden zouden liggen.

Niks daarvan dus. Hier en daar een stukje maar hoofdzakelijk moest ik op de baan rijden, die een tweevaksbaan was en die naar mijn mening soms nauwelijks breed genoeg was voor twee voertuigen. Ik mag eigenlijk best mijn twee handen kussen dat ik hier ‘s nachts reed want overdag zou ik hier zeker en vast van mijn sokken gereden worden. Nu nam ik quasi een baanvak in voor mijn eigen veiligheid en dienden de voertuigen naar het andere vak te gaan om langs mij te passeren. En verkeerslichten. Quasi ieder kruispunt had ik rood licht. En als ik nu achteraf naar de route kijk, zou ik niet eens direct een beter alternatief kunnen voorstellen dan vanaf het Atomium een stuk terug te keren en rond BXL te rijden. Nu, ik heb het overleefd en dat heb ik eigenlijk grotendeels te danken aan het feit dat BXL quasi verlaten is ‘s nachts. Ik kan me niet voorstellen hoe je hier overdag als fietser kan rijden zonder ongevallen.

Eenmaal voorbij Anderlecht begon ik terug kleinere banen te hebben. Vanaf hier begon naar mijn aanvoelen het echte nachtrijden. Niet iedere baan was verlicht en ik had dan ook mijn lampen nodig. Of anders gezegd, 1 lamp want mijn ene lamp gaf al na 5 minuten de geest. Vergeten op te laden. Gelukkig was dit mijn minst felle lamp.

‘s Nachts rijden is toch wel speciaal. De bochten neem je voorzichtiger omdat je niet zeker bent als er iets van steentjes of putten ligt. Afdalingen neem je natuurlijk ook een pak voorzichtiger omdat je niet zo ver kan zien en anticiperen overdag. En je moet wel wat vertrouwen hebben in je eigen kunnen. Als je niet met voldoende vertrouwen op je fiets zit, ga je ‘s nachts rijden echt niet leuk vinden. Je rijdt af en toe in een put. Je rijdt eens over een steen of iets anders. Dat moet je gewoon een beetje ondergaan.

Ondertussen begon ik wel redelijk wat last te hebben van mijn onderrug. Door de afgelopen weken veel gebogen te werken en veel dingen te heffen, had ik al wat last gekregen van de spieren in mijn onderrug. Dit wreekte zich nu toch wel al na een 120km. Tijd om een mentaal truukje toe te passen namelijk minidoelen zetten. Mijn eerstvolgende stop zou op 140km zijn. Dan zou ik eens de rug ontlasten, een plaspauze houden en iets eten. Doordat je een minidoel zet lijkt het einddoel, dat nog 87km verwijderd is, minder lang en ver.

Toen ik bijna aan 140km zat, zag ik dat ik door Tollembeek reed. Ik herinnerde me plots dat de route in principe langs het standbeeld van Urbanus liep. En ja hoor, een minuutje later zag ik Urbanus staan samen met Amedee en Nabuku Donosor. Ideaal als stop. Vlug even een foto nemen, even plassen (niet tegen het standbeeld!) en een suikerwafel eten.

Ik deed mijn regenjasje aan en een extra buff op mijn hoofd. De temperatuur was ondertussen al richting het vriespunt aan het gaan en ik begon op de fiets toch wat koud te krijgen. Ik was mezelf zeer dankbaar dat ik in extremis toch beslist had om deze mee te nemen want ik weet anders niet hoe ik zou thuis geraakt zijn.

Met hernieuwde moed vatte ik mijn tocht opnieuw aan. Ik wist nog dat er nu nog enkele moeilijke kilometers aankwamen. De tocht ging nu immers door de Vlaamse Ardennen. En alhoewel ik de route de echte heuvels mijdde, wist ik dat er niet veel vlakke wegen gingen komen de komende 50 a 60km.

Na een 15tal km begon de rug opnieuw op te spelen en ik zette mijn volgend minidoel op 180km. Nog eventjes te gaan maar ik wist dat als ik eenmaal daar ben, ik slechts een uurtje meer te gaan had. Dat motiveerde me wel. Het tempo stokte nu wel door het constante op en neer gaan van de route. Mentaal begon het zijn tol ook wat te eisen nu. Toen de 180km in het zicht kwamen, zag ik dat ik bijna in Berchem, nabij Kluisbergen was. Vanaf daar ken ik de wegen al iets beter en wist ik dat de route quasi vlak zou zijn. Dit gaf me mentaal wel weer een boost en ik reed nog even verder om rond de 183km een laatste stop te doen bij een krantenwinkeltje waar er een bank buiten stond. Door de koude en het niet meenemen van overschoenen, begon ik nu wel pijn te krijgen aan mijn voeten. Een vlugge stop dus en hup met de geit. Vanaf nu begon het aftellen. Ik perste er de laatste restjes mentale en fysieke eruit en begon kilometer voor kilometer af te tellen. En zo kwam ik omstreeks 03u40 thuis.

Tijd om nog wat te eten en een lekker warme douche te nemen. Doordat ik niet meer fietste en gewoon stilzat aan de eettafel, begon ik plots zeer koud te krijgen. Vlug gegeten en een hete douche genomen en dan natuurlijk bedje binnen voor een welverdiende nachtrust.

Wat heb ik nu geleerd van deze avondrit?
1. Meer kleren meedoen
2. Toch even kijken om iets van fluokledij aan te schaffen
3. ALLE lampen opladen voor vertrek
4. Bochten en afdalingen verlopen een stuk trager. Misschien ook eens nadenken om nog een extra lamp te monteren voor nog meer overzicht
Maar vooral, los van de pijntjes die ik had wegens de verbouwingen, lukt nachtrijden me. Dus dit opent perspectieven naar volgend jaar toe voor de duo-diagonaal.

Bob de Bouwer

Nee, ik heb deze blog niet opgegeven. En vergeten al zeker niet. Wat er dan wel gaande is? Verbouwingen ten huize Krulsnor. Deze zijn (nog) geen anderhalve maand bezig en zijn dus niet de enige reden waarom ik geen nieuwe posts gemaakt heb. Na mijn vorige post heb ik nog enkele ritjes gedaan die niet echt de moeite waren om ook maar iets over te posten. Vervolgens ben ik even ziek uitgevallen. Die ziekte is dan naadloos overgelopen in de start van mijn verbouwingen. En toen had ik simpelweg de tijd niet meer om mooie ritten te doen. En veel zin om ‘s avonds nog voor de laptop te zitten om wat over mijn verbouwingen te vertellen, had ik al zeker niet.

Maar nu zijn mijn verbouwingen al een pak gevorderd en heb ik even wat meer rust en kan ik eens een update geven over het reilen en zeilen hier en wat de toekomstige plannen zijn en hoe het zit met mijn goede voornemens.

Zonder in al te veel details te gaan, heb ik samen met mijn pa de tweede verdieping van ons huis quasi volledig op de blote muur gezet en de vloeren verwijderd. Dit omdat de indeling niet goed zat. Ons huis is maar klein en daarom wil ik alle ruimte benutten. Oude schoorstenen waar een valse muur is rond gebouwd, een regengoot die niet meer gebruikt wordt maar die door de verdieping loopt met een kader rond en een kamer in een kamer in plaats van een echte zolder. Enorm veel plaatsverspilling. Dit is hoe het er ongeveer uitzag in het begin.

In het begin was ik in mijn enthousiasme al begonnen voor ik het lumineuze idee had om een voor en na foto te maken. Vandaar dat er al wat afbraak te zien is. Hier zie je de ene kamer met links een groot framewerk rond een ongebruikte schoorsteen die zo zeer veel plaats innam. De vorige bewoners hadden het idee opgevat om dit de master bedroom te maken. Het bed moest met het hoofdeinde tegen het geel komen. Daarin zitten langs weerszijde een nachtlamp verwerkt. In het midden een blauwe TL lamp. Dit was waarschijnlijk om “in the mood” te raken maar het had eerder het effect van een goedkoop hoerenkot. Het dak loopt eigenlijk nog zeer ver door, ontdekte ik nadat ik dat allemaal had afgebroken. En dit was dus allemaal weggesmeten ruimte want er werd geen kastruimte van gemaakt.

Aan de andere kant had je een soort kamer die in de grote ruimte onder het dak gemaakt was. Hier ook terug een schoorsteen die niet gebruikt werd maar waar een valse muur rond gebouwd werd. Deze kamer is volledig afgebroken.

Zo zag de kamer eruit die in deze ruimte gemaakt werd. Het dak was volledig afgewerkt in gipsplaat maar deze had ik al afgebroken. De nok van het dak is dus best hoog. Daarom dat ik in deze gehele ruimte een nieuw plafond wil steken zodat ik een volledig aparte zolderruimte heb. Bovendien was er geen doorgang naar de kamer en moest je via de eerste kamer lopen om naar de 2de kamer te gaan. Daar werd ook iets aan gedaan.

Na quasi drie weken afbreken en al wat opbouwen is de ruimte al redelijk veranderd. Omdat een foto meer zegt dan woorden:

Er ligt al een nieuwe ondervloer in OSB en een nieuwe doorgang werd gemaakt. De volgende fase is om de nieuwe balken te leggen voor een zolder te maken. Maar aangezien ik dit niet alleen kan en mijn pa, die al vele uren komen helpen heeft, op dit moment een lang weekend op reis is, liggen de werken even stil. Wat een mooi brugje is naar mijn komende fietsplannen.

Omdat ik nu enkele dagen niet echt kan verder werken, heb ik voor morgen nog eens een lange rit gepland. Maar niet zo maar een lange rit. Het is een specialleke. Voor zij die me volgen op IG zullen morgen in de loop van de namiddag wel de eerste foto’s terug zien opduiken. Eenmaal de werken terug starten zal ik echter proberen om weer meer tijdens de week te sporten. De voorbije 4 weken heb ik enkel op zondag met de club gaan rijden. Maar de zware werken zijn gedaan en stilaan komt het WTC Surplatse weekend dichterbij. Dat gaat ook weer gepaard met naar Malmedy rijden terug met de fiets, zoals beschreven in mijn eerste blogpost hier. Ik zit door de verbouwingen al een 800km achter in vergelijking met vorig jaar. Maar wat misschien nog erger is, is mijn gewicht.

Ik ben er sinds begin dit jaar in geslaagd om op een hoger startgewicht te staan dan waar ik mee begon. De motivatie om gewicht te verliezen is er ergens diep in mijn hoofd wel, maar het karakter om dit vol te houden niet. Misschien terug eens een diëtiste onder de arm te nemen. Niet om me echt voedingsadvies te geven, ik weet ook wel wat min of meer gezond is en wat niet. En in welke hoeveelheden ik dit moet eten. Maar eerder als personal coach tegenover wie ik me moet verantwoorden. Een soort controle persoon die me op de vingers tikt.

Bij deze dus een update in mijn reilen en zeilen. En vanaf nu hopelijk terug wat meer regelmatige posts zodat u als lezer ook weer weet wat te lezen bij de koffie. 😉

De koers is terug waar ze behoort

De koers is terug waar ze behoort. Waar is dat, vraag je je af? In België natuurlijk. Waar het geratel van de ketting over de kasseien klinkt als het zingen van een nachtegaal in het bos. Waar de beenspieren kreunen onder de inspanningen van het klimmen op molshopen die we met veel bravoure toch bergen noemen. Waar menig wielerfan een kaarsje brandt voor regen, koude en een gure wind die door merg en been gaat. Of toch op de momenten dat wij als wielerfan ons binnen kunnen verwarmen voor de gloed van ons TV-scherm terwijl de dwangarbeiders van de weg wroeten voor ons vermaak.

De koers. Ik bedoel hier dan eigenlijk vooral de voorjaarsklassiekers. Voor sommigen duurt dit tot eind april wanneer de finishlijn in Luik is overschreden. Voor mij, Flandrien liefhebber pur sang, is het voorjaar gedaan na Paris-Roubaix. Ironisch genoeg een koers die niet in België gereden wordt maar waar het slingerende parcours voor een dag wel een stukje geannexeerd Vlaanderen wordt.

En als de koers echt dichtbij komt, begint het bij mij ook ferm te kriebelen. De kasseien lonken verleidelijk en ik overkom mijn vrees om terug hoogtemeters te maken. Met het goede weer aan mijn zijde en twee dagen waarop ik kon fietsen, was de keuze vlug gemaakt. Een verkenning van wat kasseistroken en bergen voor de aankomende koersen dit weekend namelijk Omloop Het Nieuwsblad en Kuurne-Brussel-Kuurne.

De eerste rit zou een verkenning zijn van Omloop Het Nieuwsblad. Een koers die ik toch ieder jaar graag zie. Een mengeling van kasseistroken, hellingen en een combinatie van die twee. Ik had niet de tijd om het volledige parcours te rijden dus maakte ik voor mezelf een Mini-OHN tour. Ik probeerde zoveel mogelijk kasseistroken en hellingen te rijden die de profs onder de wielen geschoven krijgen zaterdag. Niet perse in de juiste volgorde want ik probeerde zoveel mogelijk stroken en hellingen in een 4u durende rit te duwen. Uiteindelijk kwam ik met een mooie samenstelling. Voor de handigheid een papiertje gemaakt om mee te nemen op de fiets zodat ik weet wat ik precies aan het rijden was.

Voor de liefhebbers onder ons, klinken deze namen als muziek in de oren. De vele kasseistroken waren lastig en, als je ze in de juiste richting oprijdt, oplopend. Dus naast het feit dat je al moet afrekenen met het dokkeren op de kasseien heb je ook nog het genoegen om licht omhoog te gaan. Een zeer lastige combinatie maar net daarom leuk! Ik hou wel van kasseien. Kasseien horen lastig te zijn.

De hellingen gingen ook wel goed maar ik ben geen klimmer. Daarvoor ben ik veel te zwaar en momenteel sta ik ook nog eens zwaarder dan anders. Daar moet ik dringend werk van maken maar de zin in eten is momenteel nog te groot. Op gebied van eten heb ik toch best een zwak karakter. Doordat ik op tijd thuis moest zijn, heb ik wel op de tussenstukken steeds goed doorgetrokken en eigenlijk wel dieper gegaan dan eigenlijk goed was. Zeker met de rit voor de dag erna in gedachten. Maar er was nog tijd genoeg om foto’s te maken. 😉

En zoals altijd kon een stuk off-road niet ontbreken.

De dag erna stond een verkenning van Kuurne-Brussel-Kuurne (KBK) op het plan. Door het werk zat ik pas om 2u30 in bed. Maar geen probleem. De zoon was de ganse dag weg van huis dus ik kon uitslapen en pas tegen de middag vertrekken, wanneer er heerlijk warme temperaturen voorspeld werden. En ik had geluk, ik kon in zomertenue vertrekken. Weliswaar met mouwstukken omdat het toch nog wat fris was maar wel terug in korte broek en zomerhandschoenen.

KBK is een ander type koers. Quasi geen kasseien. Maar KBK telt wel een pak meer hoogtemeters. Vandaag was dus klimmen geblazen. Net zoals bij de verkenning van OHN nam ik de hellingen van KBK en probeerde ik te zien hoeveel hellingen ik gedaan kon krijgen. Deze fietste ik wel min of meer in volgorde zoals de profs ze doen maar niet perse dezelfde weg van de ene helling naar de andere. De benen voelden wat vermoeid aan maar op zich voelde alles wel top aan. Op weg naar de eerste echte helling van de dag, maakte ik wel een kleine ommetoertje om zo nog eens de Koppenberg te doen. Een kloteberg maar ik wil hem wel ieder jaar 1x oprijden. Zo gezegd, zo gedaan en dan kan ik hem maar onmiddellijk van de lijst schrappen voor 2019. De Koppenberg zie je al van ver blinken als ware het een puist in het landschap die moet uitgeduwd worden.

Eens boven voelde ik toch dat de benen een pak vermoeider waren dan gedacht. Dat beloofde niet veel goeds voor de rest van de rit maar ik nam mezelf voor om me niet te forceren en alles op het gemak te doen. Voor ik mijn tocht terug verder zette, nam ik nog vlug een foto van deze wonderbaarlijke kasseihelling waar zelfs de profs tijdens De Heilige Ronde hun tanden op kapot bijten. Het blijft toch een prachtig zicht. Badend in de zon ziet het er eigenlijk allemaal zo lastig niet uit. 😉

De moraal zat dus wel nog goed en ik vatte mijn weg aan naar La Houppe. Door een foutje in mijn routeplanning, reed ik La Houppe langs de zijkant op. Onvergeeflijk natuurlijk dus reed ik op de top de juiste kant naar beneden om vervolgens 180° te draaien en deze te beklimmen. La Houppe is echt wel een van de mooiste hellingen in de wijde regio. Een toptip om deze te rijden. De beste periode om deze te rijden is in de herfst wanneer er zich door invloed van het seizoen een kleurenpalet ontplooit die adembenemend is. Vandaag diende ik het jammer genoeg te stellen met kale bomen die nog geen enkel blaadje droegen.

Eens boven op La Houppe wist ik dat de hellingen zich nu in korte tijd zouden aanbieden. Jammer genoeg geraakte ik La Houppe al met moeite op. De hartslag bleef laag maar de benen waren gewoon vermoeid. Ik had de kracht niet om mezelf echt op een goed tempo verder te duwen. Maar blijven doorgaan was de boodschap. De volgende op de lijst was de Kanarieberg die langs het Muziekbos loopt. Het Muziekbos is trouwens ook een aanrader voor een familieuitstap. Boven gekomen was het tijd voor een kleine pauze en een fotoshoot met de fiets.

Maar het was van de soep. Ik had nog de moed om de Knokteberg en de Oude Kruisberg te doen maar daarna smeet ik de handdoek in de ring. In principe had ik nog de Kwaremont en de Kluisberg te gaan maar het ging niet meer. Het was geen kwestie van niet genoeg te drinken of eten. Nee, op de vlakke stukken kon ik nog de grote molen ronddraaien. Het klimmen was er te veel aan. De bene waren te vermoeid door de inspanningen van de dag ervoor. Ik korte mijn rit in en ging naar huis. Uiteindelijk ben ik zeer tevreden van deze twee dagen. Ik heb na de tweede rit op woensdag zelfs net geen tan lines in mijn armen. Ik kon reeds na een uurtje rijden al mijn armstukken afdoen. Had ik op de OHN verkenning iets minder kwistig met de beentjes gespeeld, ging mijn KBK rit een pak vlotter gegaan zijn. Maar, laat me even heel eerlijk zijn, met 10kg minder zou ik minstens nog de Kluisberg erbij hebben gedaan.

O ja, en natuurlijk zat er weer een stuk off-road in. Never stop exploring!

Fietsvergoeding

Sedert ik een tiental jaar meer beginnen fietsen ben, heb ik ook de klik gemaakt om meer naar het werk te fietsen. Ik vond het immers vrij absurd dat ik als een echte weekendwarrior kilometers asfalt kon vreten op zaterdag op zondag maar tijdens de week te tam was om naar het werk te fietsen.

In het begin was mijn woon-werkverkeer slechts enkele kilometers. Door te verhuizen ging dit plots naar 26km enkel. Ondertussen is dit gedaald naar ca. 14,4km. Bij mijn huidige job kreeg ik per afgelegde kilometer een fietsvergoeding van 0.20€/km heen en terug. Per verplaatsing mag ik dan nog afronden naar boven. Dus heen 15 en terug 15. Goed voor 30km woon-werkverkeer en dus 6€/dag dat ik met de fiets naar het werk kom. Enkele jaren geleden is dit naar 0.23€/km gestegen. En gisteren ontdekte ik dat ik sedert januari 2019 zelfs aan 0.24€/km naar het werk fiets. Een leuke 7.2€/dag.

Sedert juni probeer ik ook tijdens de nachtdiensten met de fiets naar het werk te gaan. Dit gaat met vallen en opstaan. Soms heb ik echt geen zin en het vergt voor mij toch best wel wat wilskracht om ‘s avonds nog op de fiets te springen. Occasioneel ging ik dus toch met de auto naar het werk. Misschien kan ik me nu een beetje optrekken aan het feit dat er terug een iets grotere vergoeding is per km. Die ene cent is misschien niet zoveel, maar dit is toch ongeveer een 120 tot 150€/maand om met de fiets te komen. Op jaarbasis toch al vlug een 1400€. En geloof me vrij dat dit meer dan genoeg is om alle onderhoud aan mijn fiets te betalen en er nog een mooie som aan over te houden ook. Los van alle gezondheidsvoordelen die het fietsen ook nog geeft.

Kortom, een kleine moeite voor een mooi extraatje. Keep on Riding!

Maiden trip

Februari is reeds goed begonnen en eindelijk is de dag aangebroken. Niet belemmerd door het werk, regen, sneeuw of ijzelplekken kon ik mijn eerste rit doen met mijn (zo goed als) nieuwe fiets. Het was reeds van begin januari geleden dat ik nog eens op de koersfiets zat. Het begon me danig te irriteren dat ik ten opzichte van vorig jaar behoorlijk achter liep qua gereden kilometers. Om de motor dan maar goed aan te zwengelen plande ik dan maar een grote rit. Ca. 150km was het doel. Van de initieel geplande rit kwam echter niet veel in huis. Enkele dagen voor ik ging rijden kreeg ik plots het bericht van Sven (te volgen op Twitter, Instagram of zijn blog) dat hij in plaats van woensdag op dinsdag 05 februari zijn rit van de provinciedomeinen zou rijden. Ideaal, want hij zou vertrekken vanuit Brugge richting Kortrijk en ik zou makkelijk kunnen tegenrijden om hem een stukje van zijn tocht, 305km in totaal, te vergezellen.

Zo gezegd, zo gedaan en iets boven Roeselare hebben we elkaar ontmoet. Het was alweer een tijdje geleden dat we elkaar gezien hadden. Ik rij wel graag Sven zijn ritjes. Je kan er prat op gaan dat er altijd een stukje off-road in zit en dat geeft toch altijd een leuke twist aan de rit. Ik ben niet echt fan van MTB ritten ofzo maar zo hier en daar een stukje off-road met de koersfiets vind ik altijd grappig. Het thema van de rit was een bezoekje brengen aan alle provinciedomeinen die West-Vlaanderen rijk is. Samen bezochten we dus een 6-tal domeinen (ik heb ze niet echt geteld).

Al vlug kwamen we aan het eerste domein, namelijk het Sterrebos waar er een mooi kasteel op het domein staat. Leuk om een foto te nemen van #teamCanyon. Van daaruit reden we verder om enkele uren later stilletjes aan wat “technische passages” te nemen zoals Sven het mooi omschreef. We trokken toen door “De Gavers”. Een provinciedomein die me zeer bekend is aangezien het dicht bij huis is en waar ze een supermooie speelweide hebben. Je kan er tevens mooi wandelen.

Al rijdende nam Sven soms wat foto’s. Leuk voor mij. Dan heb ik wat extra beeldmateriaal van mezelf aan het werk. Zo zie ik ook nog eens dat er dringend werk moet gemaakt worden van die extra kilootjes.

Rond 13u hadden we provinciedomein Bergelen achter ons gelaten. Daar is door mij een klein foutje in het parcours geslopen en hebben we voor de eerste keer echt in de modder gereden. Maar wat erna kwam, was veel leuker. Lunchtime!! Ik ken de streek vrij goed hier en ik wist Sven op voorhand te vertellen dat er een lekkere broodjeszaak bij dit domein lag. En aangezien een goede motor niet zonder brandstof kan, zijn we dan ook gestopt in Hap! om te eten.

Nadat ons buikje gevuld was, ging #teamCanyon terug de baan op. Nu richting de Gasthuisbossen. Een relatief nieuw provinciaal domein die uit 4 bosgebieden bestaat. Hier werden de technische passages wel heel technisch en moesten we veel ploeteren. Dat was wel leuk. Iets minder leuk was wel dat we telkens voetgangerspoortjes tegenkwamen. Daar dienden we telkens af te stappen en met onze fietsen te voet door de poortjes te gaan. Maar eigenlijk is dat niet echt een reden om te klagen aangezien je in principe daar niet rijdt met de fiets.

Vlak na de Gasthuisbossen zaten we al vlug in De Palingbeek, waar je zelfs dwars door een golfterrein fietst. Wat ik altijd absurd vind, is dat er aan het begin van dit stuk er een bord staat dat wegens het gevaar voor uit koers geraakte golfballen je als fietser moet afstappen. Alsof je al fietsend meer kans hebt om geraakt te worden door een golfbal. Na De Palingbeek ging ik alleen verder. Op dat moment had ik al een 115km op de teller en ik moest nog de zoon afhalen op school. Sven moest, denk ik, nog een 150km verder. Respect! De laatste 10 a 15km had ik het wel wat lastig. Ik vermoed dat gezien ik gedurende een maand niet meer langer dan een uur gesport heb, mijn lichaam dit weer wat gewend moet worden.

Uiteindelijk thuis afgeklokt op net geen 148km. Door de vele technische passages werd het gemiddelde wat gedrukt maar dat is zeker niet het belangrijkste op zo een rit. Ik heb opnieuw kunnen genieten van een zeer mooie tocht in leuk gezelschap. Sven is uiteindelijk iets voor 23u gearriveerd. Hoe hij zijn rit ervaren heeft, kan je lezen in zijn blogpost. Op zijn blog staan trouwens nog zottere avonturen.

Ik hoop dat vanaf nu het weer een beetje meewerkt en ik nog meer kan fietsen. En o ja, de fiets? Die is goedgekeurd!! Ze heeft ondertussen ook haar eerste wasje achter de rug want het was nodig.

Stand van zaken

En zo is de eerste maand van het jaar voorbij. De eerste dag van februari ook. Zoals aangegeven in mijn eerste posts van dit jaar (en van deze blog eigenlijk) hier en hier heb ik mezelf wat doelen opgelegd (-100kg, 10.000km fietsen, 800km lopen). Nu een maand later eens kijken hoe het gesteld is.

Met het gewicht gaat het neerwaarts alhoewel ik nu een zeer slechts anderhalve week achter de rug heb. Tijd om mezelf een beetje te herpakken maar voorlopig is er dus 1.7kg af. Vorige week maandag was dit 2.5kg…

Met het fietsen gaat het iets minder goed. Dit komt grotendeels door het weer. Ik ben een broekschijter als er nog maar kans op ijzelplekken is. En zeker als er sneeuw ligt. Bijgevolg heb ik in januari slechts 388.45km gereden. En dit is dan nog grotendeels door mijn woon-werkverkeer. Ik blijf hardnekkig met de fiets naar het werk gaan in alle omstandigheden. Deels uit overtuiging, deels omdat mijn vrouw vaak de auto nodig heeft en we maar een auto hebben.

Eens het stopt met vriezen en er bijgevolg ook geen sneeuw op de wegen ligt, zullen de fietskilometers er vlug bijkomen. Ik blijf gelukkig ook nog actief op de rollen binnen. Daar gebruik ik het programma Zwift voor. Meer daarover in een blogpost in de nabije toekomst.

Het loopverhaal is iets anders. Lopen is iets dat ik quasi altijd kan doen en met een beetje karakter kan je dat ook wel doen in de sneeuw. Echter is de moraal een beetje tanende. Daarom heb ik nog maar 53km gelopen. Normaal gaat de duur van mijn trainingen nu wel stilaan omhoog gaan en zou ik dus meer loopkilometers moeten verzamelen. Maar ik ga er toch mee moeten opletten.

Januari is natuurlijk een moeilijke maand om echt progressie in je doelen te meten. Het is vaak de koudste en minst aantrekkelijke maand om veel buiten te sporten. Er is dus zeker nog geen probleem om mijn doelen te behalen. Maar ik ga deze lijn toch niet mogen doortrekken.

En hoe zit het met jullie (sportieve) doelen?

Rondjes rijden

Een jaar of 10 geleden reed ik voor het eerst op een wielerpiste. Het was de wielerpiste Eddy Mercx aan de Blaarmeersen te Gent. Sindsdien heb ik dat nog twee maal herhaald. Vorige zondag was de vierde keer. Het was wel al een jaar of vier geleden en ik keek er ook echt naar uit.

Op de piste rijden, daarvoor heb je een pistefiets nodig. Deze huur je bij als je op de piste rijdt. Je zegt welke framemaat je ongeveer hebt, je laat je eigen fietspedalen monteren en je kan vertrekken. Mijn racepaardje voor de dag was een Zannatta Z92.

Waarom een pistefiets? Je zal zelfs al leek vlug zien dat deze fiets er iets anders uitziet dan de traditionele koersfiets. Er zijn namelijk geen remmen en geen versnellingen voor aan en achteraan. Je rijdt met een vaste pion. Er is ook geen vrijloop. Dit wil zeggen dat je je benen ook niet kan stilhouden. Je moet blijven trappen. Nog een verschil is dat de wielen dichter bij elkaar straan, de trapas iets hoger en de crank iets korter is. De trapas en crankarmlengte zijn aangepast omdat er anders kans is dat je met je rechterpedaal in de bochten de piste raakt. De piste heeft namelijk altijd steile bochten en we rijden altijd tegen de klok in. Hierdoor komt het rechterpedaal vaak dicht tegen de piste. Maar genoeg over de technische kantjes. Op naar het rijden zelf.

Eigenlijk is rijden op de piste simpel. Je trapt, je blijft trappen (want je kan je benen niet stilhouden) en door de hoek in de bocht hoef je bijna niet te sturen. En je moet nergens voor wachten of uitwijken want er zijn, buiten de andere renners, geen obstakels. Vol goede moed schoot ik me dan maar direct op de piste. Aan de binnenkant van de piste kan je op het vlakke gedeelte rijden maar al snel heb je wat snelheid en is het moeilijk om in de bochten op het vlakke te blijven en moet je op de schuine wand rijden. Die bocht heeft op de wielerpiste in Gent (deze is overigens niet het mythische Kuipke) een hellingsgraad van 43°. Neem eens een geodriehoek en simuleer deze hoek eens voor u en besef dan dat je op die wand moet rijden. Geloof me, de eerste keer dat ik die bocht diende in te rijden op de schuine wand was het voor mij toch ook even de billen toe knijpen en gaan. Maar na enkele rondjes lukt dit al aardig en denk je er niet meer over na. Hier een wazige foto van een ploegmaat. Mijn smartphone was niet in staat om bewegende renners scherp te stellen. Maar je krijgt al een idee hoe hoog deze bocten zijn en hoe scherp dit is.

Ik reed er natuurlijk niet alleen. We hadden de piste afgehuurd voor 2u met WTC Surplatse  We waren met een kleine groep waarvan sommigen nog nooit op de piste gereden hadden. Maar na een tijdje was iedereen mee en konden we zelfs een treintje vormen op de piste. Daar werd natuurlijk een mooi filmpje van gemaakt. Voor de opmerkzame kijker van het filmpje, ik ben de bebaarde grote kerel die als een grote aap op een fietsje zit.

Het leuke aan rijden in groep is dat ieder na enkele ronden van de kop komt en zo achteraan kan aansluiten en uit de wind kan zitten. Dat geeft toch een groot verschil en dan kan je wat rusten. Alhoewel rusten vaak relatief is want je rijdt toch goed door op een piste. En doordat je je benen niet kan stilhouden, moet je altijd blijven trappen. En af en toe worden er dan wat zottigheden uitgehaald en proberen we de groep op een ronde te zetten. Eenvoudig gezegd rij je dan gewoon weg uit de groep en probeer je terug achteraan aan te sluiten. De piste is 250m lang. En dat is best lang. Hier een video waarbij ik in achtervolging zit op een teammaat die net voordien de sprong trachtte te maken. (Met enige trots kan ik wel zeggen dat ik de enige was die de groep tweemaal op een ronde kon fietsen)

Ik heb een leuke training achter de rug en raadt iedereen aan om dit eens te doen als je daar de kans toe krijgt. Het is een zeer leuke ervaring.